
Hoe bereidt een busbedrijf zich voor op elektrificatie?
BUSWORLD
Hoe bereiden busbedrijven zich voor op een volledig elektrische vloot? Die vraag stond centraal tijdens een workshop van Busworld Foundation op 4 december 2025, gevolgd door een bezoek aan de nieuwe stelplaats van De Lijn in Sint‑Niklaas. De bijeenkomst bracht operatoren, technologiepartners en experts samen rond de praktische uitdagingen van elektrificatie.
Kennis bundelen in tools die bedrijven vooruithelpen
Tijdens de workshop werkten bedrijfsleiders en vlootverantwoordelijken vanuit de kennis en inzichten die werden opgedaan tijdens de webinars van SEB (Slimme Energiemanagementsystemen voor bus- en truckbedrijven) van het afgelopen jaar aan een vergelijkingsmatrix voor steering software.
Daarnaast kregen de deelnemers een statusupdate van de SEB-simulatietool. Deze webtool werd binnen het SEB-project ontwikkeld door Flanders Make en is gratis beschikbaar via de SEB-website. De webtool helpt bus- en truckbedrijven om laadsituaties te testen, energieverbruik en laadbehoeften te voorspellen en optimale laad- en depotstrategieën te berekenen die voor hun specifiek bedrijf relevant zijn.
Elektrificatie is volgens de organisatoren geen puur technische oefening, maar een samenspel van organisatie, infrastructuur, software en operationele discipline. De SEB-simulatietool, moet bedrijven toelaten om met energieleveranciers beter onderbouwde keuzes te maken en te onderhandelen.

De Lijn deelt ervaringen en strategieën
In het tweede deel van de workshop lichtten projectmanagers, binnen het EBS-project Elektrische Bus Systemen,
Mark Vanhoorne en Hans Van Bel toe hoe De Lijn haar stelplaatsen hertekent voor een snelgroeiende elektrische vloot. De klassieke blokopstelling, bussen achter elkaar in een rij, botst bij hoge elektrificatiegraden op zijn limieten. Bussen blokkeren elkaar tijdens het laden en de flexibiliteit bij de piekuitruk neemt af.
Daarom kiest De Lijn waar mogelijk voor stelplaatsen met een visgraatopstelling. Die vragen meer ruimte maar bieden veel voordelen: een vlottere doorstroming, meer flexibiliteit in de laadoperaties en een hogere operationele betrouwbaarheid.
Software als stille motor van de operatie
Achter de schermen speelt software een steeds grotere rol. De Lijn werkt daarvoor samen met het softwarebedrijf PSI, dat zowel depot- als laadbeheer ondersteunt. De planning vertrekt vanuit buslopen: bussen worden eerst aan omlopen gekoppeld, chauffeurs nadien aan voertuigen (niet andersom zoals vroeger). In het chauffeurslokaal toont een groot scherm in realtime welke bus welke rit moet uitvoeren en welke chauffeur hieraan is toegewezen. Bij het uitvallen van een bus of bij vertragingen past de software onmiddellijk de toewijzingen aan. Enkel het eerstkomende halfuur wordt niet meer gewijzigd.
Het systeem herkent binnenrijdende bussen via ANPR-camera’s en stuurt chauffeurs via een melding op een groot display nabij de toegang tot de stelplaats, automatisch, naar de juiste parkeerplaats. Ook operationele processen zoals reiniging, defectmeldingen en werkplaatsbewegingen worden door de software centraal aangestuurd. Dankzij uitgebreide visualisaties krijgen depotbeheerders in één oogopslag zicht op voertuigstatus, laadprocessen per bus en mogelijke risico’s voor de operationele continuïteit. Ook de voorconditioning, het voor het vertrek van de rit verwarmen of koelen van de bus via netstroom, is volledig geïntegreerd in de planning.
Met een groeiende elektrische vloot wordt actieve laadsturing cruciaal. De software monitort de laadprocessen minuut per minuut en helpt piekbelastingen en dus hoge nettarieven te vermijden. De Lijn volgt bovendien de batterijgezondheid (State of Health) van haar elektrische bussen nauwgezet op, want praktijkervaringen tonen aan dat de degradatie sterk verschilt per busmodel en batterijtype. Zolang in de stelplaats nog enkele dieselbussen meedraaien, blijft de operationele exploitatie gewaarborgd, maar een volledig elektrische vloot zal pas de betrouwbaarheid van de infrastructuur en de software blootleggen.

Een blik achter de schermen
Na de theoretische uiteenzetting volgde het bezoek aan de stelplaats. De deelnemers kregen een inkijk in de dagelijkse werking: van de schermen voor rit- en voertuigtoewijzing in het chauffeurslokaal tot die in de carwash en de werkplaats om aan te geven waar het technisch personeel na de werkzaamheden de bus moet gaan parkeren. Deelnemers bekeken ook de ruimtes waar omvormers en verdeelkasten staan, door brandwerende muren gescheiden van de bussen, en de laadinfra zelf. De beperkingen van blokopstellingen werden in de praktijk duidelijk zichtbaar gemaakt.



De inzichten uit de workshop in Sint‑Niklaas bieden waardevolle handvatten voor busbedrijven die de stap naar elektrificatie zetten.
5 inzichten die binnen het SEB-project naar voren komen
- Steering software evolueert naar een kritische operationele component. Bij toenemende elektrificatie is steering software niet langer louter ondersteunend, maar essentieel voor een betrouwbare en schaalbare exploitatie.
- Integratie tussen depotbeheer, laadbeheer en voertuigdata is noodzakelijk. De praktijkervaring toont aan dat deze domeinen niet los van elkaar kunnen functioneren. Voor SEB betekent dit dat integratie als Must-have moet worden beschouwd in de vergelijkingsmatrix.
- Real-time monitoring en actieve sturing zijn onmisbaar. Inzicht in laadstatus, voertuigbeschikbaarheid en operationele risico’s in real time is cruciaal om verstoringen te voorkomen en continuïteit te garanderen.
- Robuustheid en failsafe-mechanismen bepalen de betrouwbaarheid. Business continuity, noodscenario’s en fallback-oplossingen zijn essentieel en moeten expliciet worden meegenomen als evaluatiecriteria binnen SEB.
- Batterij- en energieprestaties sturen exploitatie en planning. Variaties in batterijgezondheid en energiegedrag hebben een directe impact op inzetbaarheid en laadstrategie en moeten structureel worden opgenomen in SEB-analyses en simulaties.
Deel dit artikel met uw collega's
CAR & BUS E-ZINE
Online magazine over collectief personenvervoer over de weg en groepstoerisme.
Nieuws of publiciteit?
Contacteer ons via magazine@fbaa.be
