Heropstart voor chauffeurs

Expertenpanel: opnieuw de baan op met de aanhangwagen

Deel dit artikel met uw collega's

ONZE FCBO-EXPERTS

Pascale Verdoy

Patrick Knierim

Danny De Wilde

Filiep Houthoofdt

Geert Aerts

Rijden met een aanhangwagen is één zaak, ermee manoeuvreren is een ander verhaal. De aanhangwagen bevindt zich in de uitzwaairuimte van de autocar en dat kan, volgens ons expertenpanel, al eens voor verrassingen zorgen. De aanhangwagen volgt immers de trekhaak.

Dit e-zine brengt een artikelenreeks waarin een expertenpanel – samengesteld uit vijf FCBO-instructeurs – hun visie geven op onderwerpen die leven bij bus- en autocarchauffeurs.

Checklist van de experten voor het opnieuw gebruiken van de aanhangwagen:


  1. Chauffeur heeft rijbewijs DE voor aanhangwagens met een maximaal toegelaten massa tussen 750 kg en 3,5 ton.
  2. Neem de documenten van de aanhangwagen mee.
  3. Is de keuring van de aanhangwagen door de technische controle nog geldig?
  4. Combinatie autocar en aanhangwagen mag niet langer zijn dan 18,75m
  5. Bij aanhangwagens breder dan 2,1 m. moet retro-reflecterende contourmarkering zijn aangebracht.
  6. Zelfklevers met snelheidsbeperking en dode hoek (Frankrijk) op de achterzijde
  7. Werken achterlichten, knipperlichten, remlichten, mistachterlichten?
  8. Verifieer staat en druk van de banden.
  9. Vergrendel de deuren van de aanhangwagen
  10. Informeer je over buitenlandse snelheidsbeperkingen voor rijden met een aanhangwagen.

Aandachtspunten bij het koppelen van de aanhangwagen

Chauffeurs die met een aanhangwagen de baan op gaan, hebben er alle belang bij om de aanhangwagen correct aan te koppelen. Bij oudere voertuigcombinaties met een bolkoppeling moet ook de veiligheidsketting worden verbonden met de autocar. Meer recente autocars zijn voorzien van een Rockinger-vangmuilkoppeling waar de koppelring van de aanhangwagen wordt ingeschoven en verankerd. Wanneer de koppelring te veel speling heeft in de vangmuilkoppeling is het, volgens onze experts, noodzakelijk om een tussenring te plaatsen. Zo wordt vermeden dat de aanhangwagen te veel gaat wippen tijdens de rit. Let er meteen op dat de veerklep voor de aansluiting van de elektriciteitsstekker niet rechtop blijft staan; mogelijk verhinderen vuilresten in de klep de goede werking ervan.

De lading

De aanhangwagen moet evenwichtig worden geladen, waarbij het gewicht wordt verdeeld over het grondoppervlak. Het zwaarste stuk wordt centraal, boven de assen, geplaatst. Weet dat de trekhaak slechts een maximaal neerwaartse druk mag hebben om de stabiliteit van de aanhangwagen te kunnen garanderen. Een aanhangwagen wordt beschouwd als goederenvervoer wat betekent dat de lading voldoende moet zijn vastgesjord en beveiligd opdat zij niet gaat verschuiven.

Gewicht en lengte spelen parten

Laat je als chauffeur niet verrassen door het gewicht en de lengte van je voertuigcombinatie. Het gewicht zorgt voor een langere remafstand; respecteer de verplichte minimale tussenafstand van 50 meter ten opzichte van je voorligger. De lengte speelt je parten bij het verlaten van een parkeerplaats evenwijdig aan de rijbaan of het indraaien van een straat. De trekhaak bevindt zich ruim 2 meter achter je achteras, in de zogenaamde ‘uitzwaairuimte’. Daarachter volgt nu de aanhangwagen die verder uitzwaait dan de autocar. Je kan met de autocar perfect een parkeerplaats achter een geparkeerd voertuig verlaten en rakelings langs een verkeersbord rijden, met de aanhangwagen is de kans reëel dat je het verkeersbord raakt omdat diens uitzwaai veel groter is.

Evenzo wordt een nabij de straathoek geparkeerde auto plots een obstakel. Reflexmatig ga je breder uitsturen waardoor je aanhangwagen de ‘bocht’ nog korter gaat nemen. Je moet ‘tegen natuurlijk’ reageren en de bocht iets korter dan gewoonlijk nemen, waardoor de aanhangwagen een ruimere bocht maakt.

Manoeuvreer rustig en kalm

Bij manoeuvres met een aanhangwagen is het belangrijk om de kalmte te beweren. Een ondoordachte of bruuske handeling stuurt je aanhangwagen de andere kant uit. Onze experts raden aan om langzaam achteruit te rijden en zachtjes ‘omgekeerd’ te sturen. Een kleine stuurbeweging heeft reeds een groot effect omdat de aanhangwagen zich in de verruimde uitzwaai bevindt. Wanneer je aanhangwagen in een schaar dreigt te komen, volstaat het om stilletjes 1,5 meter vooruit te rijden en de aanhangwagen opnieuw de autocar te laten volgen. Wild heen en weer draaien aan het stuur leidt alleen maar tot meer ellende. Blijf ook rustig wanneer de aanhangwagen lichtjes slingert bij spoorvorming op asfaltwegen. Een beetje gas lossen en snelheid minderen – zeker niet bruusk gaan remmen – is voldoende om opnieuw gelijnd verder te rijden. Bij autocars komen slingerende aanhangwagens overigens nauwelijks voor, op voorwaarde dat zij oordeelkundig zijn geladen.

Algemene rij- en laadtips:

  1. Realiseer je dat de achterzijde van je aanhangwagen nu de achterkant van je bus is
  2. Selecteer bagage voor de aanhangwagen of voor de kofferruimte van de autocar.
  3. Plaats eventueel anti-slipmatten op de vloer van de aanhangwagen opdat lading niet verschuift.
  4. Schakel contact autocar uit alvorens de stekker van de aanhangwagen aan te koppelen om kortsluiting te voorkomen.
  5. Controleer tijdens de eerste kilometers of het remsysteem van de aanhangwagen goed werkt.
  6. Controleer tijdens een pauze of de aanhangwagen en nog goed is aangekoppeld en de elektriciteitsleiding nog goed is aangesloten.
  7. De banden van de aanhangwagen verslijten sneller dan die van een bus; neem een reserveband mee.
  8. De afgekoppelde maar volgeladen aanhangwagen moet mooi horizontaal staan.
  9. De aanhangwagen volgt niet de voorzijde van de autocar maar de trekhaak en de uitzwaai van de autocar.
  10. Plaats de handrem wanneer je de aanhangwagen parkeert; vergeet die evenwel niet te lossen wanneer je opnieuw vertrekt.