"Bus- en autocarsector is er professioneel en kwalitatief op vooruit gegaan"

“De voorbije decennia is sterk ingezet op professionalisering, klantgerichtheid en betere voertuigen terwijl ook het sociaal overleg beter verloopt”, zegt Jan Coolbrandt, voorzitter ACV Openbare Diensten.

Deel dit artikel met uw collega's

“Het autocarvervoer is er kwalitatief sterk op vooruit gegaan en er zijn nieuwe activiteiten bijgekomen, zoals Flixbus met interstedelijk vervoer. In het openbaar vervoer zijn er naast kleine, familiale bedrijven grote, goed gestructureerde en georganiseerde groepen gekomen.

Het is begonnen met Linjebuss dat in 1995 De Polder overnam. Naast Keolis en Hansea zijn er kleinere groepen zoals Coach Partners, Waaslandia, De Decker-Van Riet en Multiobus. Over de hele lijn is er een enorme evolutie naar professionalisering geweest en dat ook in de relatie tussen werkgevers en werknemers. Vervoersgroepen hebben bijgedragen tot een normalisering van het sociaal overleg. Wij werken nu constructief samen aan een partnership rond basisbereikbaarheid waarin wij ook proberen om de belangen van de ‘pachters’ te verdedigen. Basisbereikbaarheid, vervoer op maat, vervoerregio’s en de omvorming van belbus naar flexbus of taxi vormen een nieuwe uitdaging. Voor de werkgevers kunnen er grote opportuniteiten zijn, wat trouwens ook goed is voor de tewerkstelling binnen de sector”.

Enorme evolutie in klantgerichte benadering en kwaliteit

Jan Coolbrandt ziet een enorme evolutie in de klantgerichte benadering, de kwaliteit van het busvervoer en de eerlijke concurrentie in de sector. “Diverse initiatieven werden samen met de sector genomen. Ik denk daarbij aan Edu-Check voor de controle op het leerlingenvervoer en Viasoc voor busdiensten die in onderaanneming voor De Lijn rijden. We zijn geëvolueerd van een toestand zonder controle op de loon- en arbeidsvoorwaarden voor chauffeurs naar een transparant model, waar ook De Lijn zijn verantwoordelijkheid opneemt. Het systeem neemt wel een stuk concurrentievervalsing weg. Je mag immers als werkgever ook verwachten dat je collega zich houdt aan de voorwaarden die door De Lijn worden opgelegd. Ik ben daar niet euforisch over, maar het is een stap om de concurrentie in toom te houden en die niet te voeren ten nadele van de chauffeur. Een gelijk speelveld is in het belang van de werkgever, van de werknemer en van de overheid die het openbaar vervoer financiert”.

“Sinds september 2008 is er de Europese Code 95-bijscholing vakbekwaamheid waarbij chauffeurs om de vijf jaar een verplichte bijscholing moeten volgen om hun rijbewijs te verlengen. Code 95 heeft de bus- en autocarsector wakker geschud en heeft bijgedragen tot de kwaliteit en de professionaliteit van de chauffeur, én dat is maar goed ook”.

Samen met Sociaal Fonds, VDAB en FCBO stappen vooruit in professionalisering

“Eerder hadden wij al het paritair samengesteld Sociaal Fonds voor de Werklieden van de Ondernemingen der Openbare en Speciale Autobusdiensten en Autocardiensten opgericht. Rekening houdende met het belang van de basis- en voortgezette opleiding/bijscholing, waar we samenwerken met de VDAB, heeft de sector FCBO opgericht met als doelstelling de sector nog beter te dienen met kwaliteitsvolle beroepsopleiding tegen een redelijke kostprijs. Gelijktijdig hebben wij samengewerkt aan een sectorale hospitalisatieverzekering, een aanvullende verzekering, de zogenaamde derde pijler. Ik besef dat hier nog belangrijke financiële inspanningen zullen moeten worden gedaan om van een volwaardig aanvullend pensioen te kunnen spreken”.

“Wij hebben ook stappen vooruit kunnen zetten in de rij- en rusttijdenregeling die problematisch wordt voor pachters omdat zij worden geconfronteerd met de fileproblematiek die dienstregelingen verstoord. Echter, het werk is hier zeker nog niet af. In de Europese context gaat de rij- en rusttijdenproblematiek nog verder ter sprake komen omdat niet altijd rekening wordt gehouden met het privé-leven van de chauffeur. De verloning voor de amplitudes ligt ook moeilijk, waardoor het gemiddelde loon voor de chauffeur die twee weken van huis is eerder laag is. Wij moeten alleszins investeren in de aantrekkelijkheid van het beroep om nog chauffeurs te kunnen aanspreken. Hoe kunnen wij het werk ook werkbaar houden? Belangrijke vragen die we zullen moeten beantwoorden. Want vergeet het niet, het beroep van chauffeur is immers een knelpuntberoep”.

Collectief vervoer moet de mobiliteit beheersbaar houden

“Naar de toekomst moet het collectief vervoer de wind in de zeilen hebben, al was het maar om de mobiliteit beheersbaar te houden”, blikt Jan Coolbrandt vooruit. “Het zal meer ecologisch en duurzaam worden, maar het moet ook aantrekkelijker en misschien wat individueler worden. Voor wat betreft vervoer op maat kan de sector oplossingen voorstellen aan steden en gemeenten, of gaat men dat overlaten aan de taxi’s. Als De Lijn interne operator blijft – wat ik hoop – dan zal het aandeel openbaar vervoer verhogen en zal de exploitant daar ook beter van worden”. De sector heeft een toekomst maar moet zich, volgens Jan Coolbrandt, wapenen tegen de opmars van digitale platformen zoals Uber of Blablacar die schudden aan de huidige vervoersmodellen.

”Wij moeten vermijden dat het busbedrijf nog enkel een onderaannemer met chauffeurs wordt waarbij de ‘Amazons’ de prijs gaan bepalen. Met de opkomst van MAAS-applicaties die gaan zoeken naar de meest geschikte vervoerder in functie van de vraag van de klant. Het vertrouwde concept met één vervoersaanbieder ruimt wellicht plaats voor een multimodale filosofie waarin databeheer gaat bepalen hoe de markt zich verder gaat ontwikkelen”, aldus nog Jan Coolbrandt.

Corona-steunmaatregelen zijn onvoldoende

“Het is zonder meer duidelijk dat de sector heel zwaar geleden heeft en nog lijdt onder deze Corona-crisis. Men vergelijkt deze crisis al met de grote economische crisissen van de vorige eeuw en met de grote pandemieën. Dat is nogal wat!”, stelt Jan Coolbrandt. ”Niemand zag deze crisis aankomen en de gevolgen op sociaal-economisch en menselijk vlak zijn dus dramatisch. Ook dus voor alle betrokkenen in de bus- en autocarsector. De coronamaatregelen van de federale en gewestelijke regeringen hebben wat soelaas kunnen brengen, maar het blijft gewoon onvoldoende. Hopelijk zullen de geplande relancemaatregelen wat zuurstof geven aan de bedrijven en vertrouwen aan de burger, zodat de economie en de samenleving zich snel kan herstellen”. “Een ding staat vast: iedereen in de sector heeft hard gevochten. Ook en vooral een pluim voor de werknemers die in heel zware en moeilijke omstandigheden de gebruikers van het openbaar vervoer zijn blijven bedienen. Met de start van het nieuwe schooljaar in zicht wordt toch wel met enige spanning uitgekeken naar de opstart van het leerlingenvervoer. Het moet voor de werkgevers duidelijk zijn dat de werknemers in de sector heel trouwe gemotiveerde werknemers zijn die van hun werk houden en hun klanten echt missen. Met andere woorden, iedereen staat klaar om er opnieuw te kunnen ‘invliegen”.