Meer chauffeurs en meer samenwerken

Nieuwjaarsreceptie FBAA-sectie Oost-Vlaanderen

Het vinden, het opleiden en het behouden van chauffeurs, was een van de aandachtspunten van de toespraak van Marianne Van Mullem, voorzitster van FBAA Oost-Vlaanderen.

Deel dit artikel met uw collega's

"Onze sector moet jaarlijks meer dan 1.000 nieuwkomers kunnen verwelkomen. De VDAB heeft intussen de opleidingscapaciteit verhoogd met een bijkomende mobiele instructeur, en het Iuvenis-programma leidt jongeren op. Maar ook de bedrijven zelf dienen de handen uit de mouwen te steken om kandidaat-chauffeurs op te leiden."

De chauffeurs achter het stuur houden

Marianne Van Mullem verwees verder naar de verhoging van de ARAB-vergoeding vorig jaar om chauffeurs in de sector te houden.

“Een degelijk preventie-en beschermingsbeleid is voor de meeste bedrijven een evidentie, maar de overheid verplicht hen er ook toe met administratieve bepalingen. Gelukkig reikt het ICB de bedrijven een helpende hand met de OIRA-tool”, aldus Marianne.

Sector werkt verder aan vergroening en vervoer op maat

"Op het vlak van de vergroening van het voertuigenpark, werden er vanuit de sector projecten gelanceerd en waren er investeringen bij verschillende bedrijven. Toch merken we bij de overheden die verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer volgens Marianne Van Mullem nog te weinig vooruitgang. Er bestaat nog steeds geen wettelijk kader, terwijl dat belangrijk is voor de nieuwe bestekken. Buurlanden staan vaak ook al verder dan de fase van proefprojecten, terwijl bedrijven in België nog weinig kans hebben gekregen om ervaring op te doen met de nieuwe technologieën."


"Daarnaast stelde Marianne Van Mullem dat het concept basisbereikbaarheid (en dus ook het vervoer op maat) jammer genoeg nog niet concreet is ingevuld. Wel is onze sector bereid om met zijn C-bus-project het vervoer op maat mee vorm te geven. De vervoersregio’s vergen ook een meer regionale aanpak. De inbreng van de lokale ondernemers wordt daarbij onontbeerlijk."

En voor wat Educheck betreft, blijft Marianne het raar vinden dat de sector zichzelf moet controleren en er ook de kosten voor moet dragen.

Marianne bedankte tot slot Erik Goethals voor zijn jarenlange inzet voor het beroep en de autocarsector, zowel lokaal als nationaal.

Wat hopen de ondernemers voor 2020?

Voor Tim Smet van ’t Soete Waeslant was 2019 globaal een goed jaar. Office on wheels bracht volgens hem niet het verhoopte resultaat, maar 2020 kondigt zich beter aan. Hij hoopt vooral op een betere spreiding van de schoolreizen. Groot probleem blijven de files. Tim Smet: “Wij hebben veel klanten in Antwerpen, 25 km ongeveer van onze depot. Normaliter leggen we die afstand af in 20 minuten. Het komt steeds vaker voor dat wij over dezelfde afstand twee uur zetten. We moeten dus steeds meer rekening houden met bredere tijdsmarges. Een ander probleem is de tegenvallende tweedehandsmarkt. Bussen met EURO 5-motor dalen in waarde door de strengere milieunormen. Op de occasiemarkt kiest men eerder voor een Euro 6 met meer kilometers dan een Euro 5 met minder kilometers. Ook de afgeschreven autocars met Flixbus-kilometers maken het drukker op de occasiemarkt.”

Voor ’t Ros Beiaard uit Lebbeke was 2019 gelijk aan de vorige jaren. Voor 2020 verwacht Filip De Hauwere een even gevuld orderboekje. Dit jaar steekt het bedrijf veel energie in de vernieuwing van bestaande kantoren op de site in Buggenhout. Filip kampt net als zijn collega’s met een chauffeurstekort. En de milieuzones? “Die bezorgen ons extra werk, want je moet je planning aanpassen. Je kan niet langer overal heen met bepaalde bussen en autocars”, aldus Filip De Hauwere.