Pictogrammen informeren hulpdiensten over bussen met alternatieve aandrijving

Hybride bussen, elektrische-bussen, gas- en waterstofbussen worden voorzien van pictogrammen die de brandweer informeren over de alternatieve aandrijving. België is het eerste land dat de nieuwe ISO 17840-4-norm toepaste.

Deel dit artikel met uw collega's

België ondertekende in 2018 als eerste land een princiepsovereenkomst met de International Association of Fire and Rescue Services (CTIF) om bussen te voorzien van specifieke pictogrammen die wijzen op de aanwezigheid van alternatieve aandrijvingsvormen.

Cruciaal bij interventie van de brandweer

Tijdens Busworld 2015 stelden Tom Van Esbroeck en Kurt Vollmacher (Brandweerzone Centrum/Gent) hun project voor om de aanwezigheid van alternatieve brandstoffen beter zichtbaar te maken. Brandweerlui herkennen immers nauwelijks bussen op alternatieve energie. Nochtans is het bij interventies cruciaal om vooraf te weten welke energiebronnen aanwezig zijn en waar die zich in of op de bus bevinden opdat risico’s juist kunnen worden ingeschat en de interventiestrategie daarop kan worden afgestemd.

Elke aandrijvingsvorm vergt een specifieke interventie

“Wanneer wij niet weten om welke alternatieve aandrijvingsvorm het gaat, dreigen er gevaarlijke situaties, en dat ook voor brandweerlui. Elke alternatieve aandrijvingsvorm vergt immers een andere aanpak”, geeft Kurt Vollmacher aan. “Iedere aandrijving heeft zijn specifieke aandachtspunten. Zo zal dit bij elektrische, hybride en waterstofbussen de hoge spanning zijn waarmee we rekening moeten houden wanneer wij ons bevrijdingsmaterieel inzetten. Bij bussen op gas zal dat het type van gas zijn met zijn respectieve eigenschappen evenals de richting waarheen de overdrukventielen kunnen afschieten.”

Eenduidige en gestandaardiseerde ISO-norm

“Met de ISO 17840-norm hebben wij een gestructureerd en gestandaardiseerd systeem ontwikkeld waarmee brandweerlui in een oogopslag worden geïnformeerd over de aanwezigheid van alternatieve energiebronnen”, vertelt Kurt Vollmacher.

“Op de bussen komen eenvormige, internationaal erkende ruitvormige pictogrammen die aangeven om welke aandrijfvorm of combinatie van aandrijfvormen het gaat. In overleg met de busconstructeurs wordt elke nieuwe bus voorzien van een beknopte steekkaart of ‘rescue sheet’ met een tekening waarop de aanwezige energiebronnen, opslagtanks, circuits en belangrijke componenten zijn aangeduid. Ook vindt de brandweerman hierop aanwijzingen voor een efficiënte tussenkomst. Een derde element van de ISO-normering is een handleiding of ‘emergency respons guide’ met een risico-analyse van het voertuig en meer uitgebreide informatie om het incident aan te pakken. De ISO-norm is overigens modulair geconcipieerd. Wanneer er dubbelgelede trambussen of nieuwe aandrijvingsvormen worden voorgesteld, kunnen wij nieuwe richtlijnen vlot integreren en toepassen.”

De identificatie van het voertuigtype

“Het is overigens de allereerste maal wereldwijd dat de brandweer het voortouw heeft genomen bij besluitvorming rond industriële veiligheid”, vervolgt Kurt Vollmacher. “Dankzij de samenwerking met busconstructeurs en vervoerbedrijven is de ISO 17840-norm heel praktijkgericht opgesteld. De pictogrammen worden vooraan, achteraan en aan weerszijden aangebracht.

Omdat wij bij grote incidenten of bij moeilijk bereikbare locaties in de toekomst steeds meer een drone inzetten, worden de pictogrammen ook aangebracht op het dak. Wij vragen ook om het voertuignummer op het dak aan te brengen omdat dit de identificatie van het bustype vergemakkelijkt. Wij moeten evolueren naar een database waarin voertuignummers worden gekoppeld aan de specifieke ISO 17840-norm die de respectieve alternatieve aandrijving vermeldt. Het volstaat dan om bij een incident het voertuignummer te melden aan de 100-centrale of het busbedrijf om meteen te weten welk voertuigtype het betreft zodat wij veilig en adequaat onze interventie kunnen uitoefenen.”